Afbeelding
 

Thuispagina
Gebieden
Zoeken
Dolomieten
Beginpagina
Gebiedsinformatie
Trentino
Geologie
Overzichtskaart
Picture Gallery

Wandeling 1
Adamello-Brenta
Panorama 1
Route
Kaart Brenta
Vie Ferrate

Wandeling 2
Belluno-park
Panorama 2
Panorama 3
Panorama 4
Panorama 5
Route
Detailkaart
Google kaarten 2

Wandeling 3
Panorama 6
Panorama 7
Panorama 8
Panorama 9
Panorama 10
Route
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding

Van het ene massief naar het andere

Langs de Alta Via 1

Deze wandeling in de oostelijke Dolomieten is beroemd om zijn ideale hoogteverloop (rond de 2.000 m) en ongewoon mooie landschappen. Zij begint aan de Pragser Wildsee en loopt in zuidelijke richting langs de hoofdketens van de belangrijkste massieven in de Dolomieten, tot aan de zuidrand van de Alpen gelegen stad Belluno. De totale lengte bedraagt 150 km (hemelsbreed 60 km), hiervoor moet men circa 13 wandeldagen rekenen. Wij hebben enkele stukken langs een alternatieve route gelopen. Zie voor een kaartje met het verloop van de route en de tabel met wandeltijden en afstanden het wandelschema. Er is ook nog een gedetailleerde routekaart (282 kB).

Afbeelding

Op deze route komt men door elf bergmassieven: de Pragser en Enneberger Dolomieten, de Fanes, Fanis, Nuvolau, Croda di Lago, Rochetta, Pelmo, Civetta, Moiazza, Pramper Dolomieten en de Schiaragroep. Met 17 bemande hutten en 2 bivakhutten is de route ook zonder tent te lopen. Er worden drie grote passen overschreden: Passo Falzarego, Passo Staulanza, Passo Duran.
De route is geheel gemarkeerd, en moeilijke of gevaarlijke passages - die overigens weinig voorkomen - zijn met staalkabels gezekerd. Tot Bivaccio Renzo Dal Mas is het wel de gemakkelijkste hoge-lange-wandelroute in de Dolomieten. De laatste twee etappes daarentegen zijn beduidend moeilijker dan de meeste Alte Via, komen langs steile stukken met moeilijkheidsgraad II (UIAA-schaal). Toen we begin juli 1987 deze Alte Via liepen werden de laatste etappes (in de Schiara) wegens te veel sneeuwval afgeraden. Hiervoor zijn echter makkelijk alternatieve routes te vinden.
De beschrijving is in drie etappes opgedeeld: eerst van het Pusteria (Pusta-dal) tot de Passo Falzareggo,  dan naar de Passo Staulanze ('Cinque Torri en Croda da Lago'), en als laatste naar Belluno ('San Sebastiano in de mist').

Van Pragser Wildsee tot Passo Falzarego
Wilma en ik lopen vanaf Villabassa (Niederdorf, in het Pusta dal) langs een prachtig riviertje omhoog naar het Lago Braies (Pragser Wildsee). Aan dit schitterend mooie meer ligt een groot oud hotel, aan de andere zijde rijst de imposante Seekofel steil omhoog, blikkerend in de zon. We zetten ons tentje verscholen in het bos op, en maken een mooie wandeling rond het meer. 's Avonds dineren we in het hotel. Daar raken we uitgebreid aan de praat met een groepje Engelsen op leeftijd, wat kan dat volk toch geÔnteresseerd zijn (you speak wonderfull English!).
De volgende dag begint het serieuze deel: meteen een steile klim van 900 m. Daar belanden we in een kloof die haar naam Forno (oven) eer aan doet. Op het hoogste punt een mooi overzicht van de omliggende massieven, zo zien we in het zuiden al de Pelmo en de Tofane liggen. In de Rifugio Biella (Seekofelhutte) doen we ons tegoed aan een goede maaltijdsoep.

Afbeelding

De volgende dag lopen we over een makkelijk, afgezien van het landschap wat saai pad naar de Rifugio Fodara. De dag daarop besluiten we een spannende alternatieve route te doen langs de Col Bandalsi: een stippeltjesroute op de kaart. Dit blijkt een smal pad (soms 10 cm breed) over een steile puinhelling te zijn. Als je hier gaat glijden is er geen houden meer aan. Tot overmaat van ramp horen we halverwege, vlak bij de top, onweer om ons heen. Weinig keus, we gaan 'na ampel beraad' snel door. Het blijkt mee te vallen, via een makkelijker worden pad dalen we weer naar de Alta Via bij Lago Piciodel.
De klassieke Fanes hut blijkt vol, zodat we naar de kleine mooi opgeknapte Varella hut uitwijken. In de nabijheid een prachtig meertje met veel bloemen. Daarna wordt het landschap alpiener: over de Piano Grande - een rotsige alpenweide - gaan we tussen de Cime Campestrin en de Cunturines door. We zien een imposante hoge pas voor ons uit - onder de steile Cima del Lago - en besluiten daarlangs te gaan. Zware regenwolken en flinke sneeuwvelden maken het spannend maar wel mooi. Als we langs een puinhelling naar het Lago di Laguzuoi zijn afgedaald gaat het regenen en besluiten we daar onze tent op te zetten. 's Avonds eten we gezellig in de Rifugio Scotoni. De dag daarop lopen we (afwijkend van de Alta Via) langs de Rifugio Lagazuoi Piccolo, die op 2.752 m hoogte een prachtig uitzicht over de Passo Falzareggo heeft. We besluiten niet de lift naar de pas te nemen, maar rennen en skiŽn over de sneeuw omlaag.

Afbeelding
Klik op de foto voor de panorama versie

Cinque Torri en Croda da Lago
We dalen de pas iets af richting Cortina d'Ampezzo, om bij de Rifugio Scoiattoli weer op de Alta Via te komen. Vandaar hebben we een mooi uitzicht op het klimparadijs Cinque Torri: steile rotstorens waar aan alle kanten Italianen aan bungelen. Aan de overkant van het dal rijst de Tofane massief en majestueus tussen de nevels omhoog. We maken een lange afdaling door groene bossen naar de Passo Giau, en weer omhoog. Bij het Cason di Formin komen we in een werkelijk prachtig eiken/dennen bos.

Afbeelding

Tenslotte belanden we bij het Lago Federa, waar de Rifugio Palmieri ons verwelkomt. Op deze tocht komen we veel in hutten die langs een meer liggen: mooi voor een avondwandeling. Aan de overkant zijn volgens het gidsje veel klimroutes, maar we nemen geen klimactiviteit waar.
De volgende dag is een rustdag. We maken een wandelingetje naar Cortina d'Ampezzo, gezien het hoogteverschil (800 m) en de afstand (13 km in totaal) toch zeven uur lopen. In het bos worden we bijna omver gelopen door twee vossen, die alleen oog hebben voor elkaar. Prachtig, hoe die door het woud stormen waar wij voorzichtig afdalen. Bij gebiedsinformatie een foto van de omgeving van Cortina d'Ampezzo.

Afbeelding

San Sebastiano in de mist
Als we de graat bij Forcella d'Ambrizzola overgaan zien we een paar kalfjes uit de mist opdoemen, een prachtig gezicht. Daarna passeren we de Pelmo, ook zo'n klassieke Dolomiet uit een stuk. Afdalend komen we door het dorpje Pecol waar de overgang van de traditionele Tiroler stijl naar een meer Italiaanse bouwwijze te herkennen valt. We maken een lange klim door het bos naar de Forcella della Besador om weer bij het dorp Chiesa uit te komen. Hier zouden we over het asfalt verder moeten. Ik steek even mijn duim op naar een voorbij rijdende auto: en zie daar, de man neemt ons mee. Daarop volgt een ijzingwekkende dodenrit over 4 km. Onze chauffeur moet en zeer goed bekend zijn en om een hoekje kunnen kijken, te oordelen naar de snelheid waarmee hij over de sterk kronkelende weg voortraast. Opgelucht stappen we op de Passo Duran uit, en in de gelijknamige Rifugio.
Op de daarop volgende rustdag besluiten we traditiegetrouw tot een fors wandeling zonder rugzak: we gaan de Cime di San Sebastiano beklimmen. We worden tijdens de lange klim door een sterker wordende mist omringd. Boven op de top zien we helaas alleen elkaar, een kruisteken en een Bivaccio. Toch blijft zo'n steile kloof indrukwekkend.
De volgende dag is het weer redelijk, en hebben vanaf de hellingen van de Castello di Moschesin een weids uitzicht over het Cordevole dal met fraaie, ver weg gelegen bergketens er omheen. Na twee dagen arriveren we bij het lieflijke Bivaccio Renzo dal Mas, een tot berghut opgewaardeerde herdershut. De laatste etappe en technisch moeilijkste via de Schiara is waarschijnlijk door de sneeuw niet goed te doen, zodat we voor de volgende dag tot een alternatieve route besluiten.
Wilma gaat nog even een beetje bolderen op een fraai rotsblok, en doet even iets fout, waarop ze anderhalve meter omlaag valt. Ze heeft daarop flink last van haar knie. De EHBO uitrusting van de herderlijke huttenwaard blijkt tot hansaplast beperkt te zijn, gelukkig hebben enkele Duitse gasten een degelijker uitrusting.

Afbeelding

De volgende dag moeten we - ondanks de alternatieve route - nog een flink stuk lopen. Het wordt stapje voor stapje 200 m klimmen en 600 m afdalen. Maar dan komen we in een paradijselijke vallei, met prachtige seringenbomen in bloei, vlinders, wegschietende slangen ... Hier zijn we in het Nationaal Park van de Belluno-Dolomieten aangekomen.
De volgende dag arriveren we in Belluno. We gaan voor de zekerheid toch even naar het ziekenhuis, waar Kafkaiaanse wachttijden mij op proviandtocht doen gaan. Als ik terug kom is Wilma's been helemaal met een spalk ingezwachteld. In Nederland terug blijkt dit op verkeerde inzichten gebaseerd: niet immobiliseren maar alleen steun had volstaan. Niettemin brengen we nog een heerlijk weekje aan het strand en in Venetië door.

Verdere informatie
Gebruikte kaarten:

  • Uit de serie Carta Turistica (Wanderkarte) nr 1: Cortina d'Ampezzo (Le Tofane-Fanes-Sennes-Croda Rossa/Hohe Gaisl). Schaal 1:25.000. Uitgave Geo Grafica, 38054 Fiera di Primiero, Trentino.
  • Uit dezelfde serie nr 3: M.Pelmo/M.Civetta (Passo Giau-Selva di Cadore-Zoldo-Agordo)
  • Uit de serie Kompass Carta Turistica nr 77: Alpi Bellunesi (van Pieve di Cadore tot Belluno). Schaal 1:50.000. Uitgave Kompass-Fleischmann, Instituto Geografico.
Gidsen:
De basisgids voor deze route is: Frans Hauleitner: Dolomiten-Höhenwege, Bergverlag Rudolf Rother. Het zijn drie boekjes van de 10 bestaande klassieke lange afstandsroutes in de Dolomieten. Met duidelijke kaartjes. Het eerste deel (nrs 1-3) is in 1997 in een nieuwe opzet heruitgegeven, de andere twee dateren van 1990.
Algemenere gidsen bij gebiedsinformatie Dolomieten.
 
Thuispagina > Gebieden > Dolomieten > Alte Via 1

Copyright © Jaap van der Veen |  Disclaimer | Reageren